1. Agrimony (Agrimonie) groep V | Zorgen achter humor en scherts verbergen, geen confrontatie
aangaan, afleiding zoeken in gezelschap. |
2. Aspen (Ratelpopulier) groep I |
Onverklaarbare angst, onbestemd voorgevoel. |
3. Beech (Beuk) groep VII |
Onverdraagzaamheid, kritisch en intolerant tegenover anderen, neiging tot projecteren. |
4. Centaury (Duizendguldenkruid) groep V |
Weinig wilskracht, gewillige dienaren, geen nee kunnen zeggen, gemakkelijk te imponeren, uit te buiten, te misbruik. |
5. Cerato (loodkruid) groep II |
Twijfelen aan eigen oordeel of besluit, terugkomen op besluiten, raad en bevestiging vragen aan anderen. |
6. Cherry Plum (Kerspruim) groep I |
Angst voor innerlijke overgave, controleverlies, verlies zelfbeheersing, irrationele gedachten. |
7. Chestnut Bud (Kastanjeknop) groep III |
Niets leren van ervaringen, voortdurende herhaling van dezelfde fouten. |
8. Chicory (Chicorei) groep VII |
Snel afgewezen voelen, overheersend in de zorg voor anderen, egocentrisch, betuttelend, aandacht claimen. |
9. Clematis (Bosrank) groep III |
Onoplettendheid, dromerigheid, verstrooidheid, dreigend bewustzijnsverlies. |
10. Crab Apple ( Appel) groep VI |
De ‘reiningingsremedie’, zelf afkeer en/of zelfafschuw, schaamte, gefixeerd op details, reinheidscomplex. |
11. Elm (Iep) groep VI |
Tijdelijk overstelpt door oververantwoordelijkheid en gevoel van ontoereikendheid. |
12. Gentian (Gentiaan) groep II |
Ontmoediging, pessimisme, terugval, ongeloof. |
13. Gorse (Gaspeldoorn) groep II |
Wanhoop, verslagenheid, niet meer durven hopen op herstel, bij chronische problemen en of ziekte. |
14. Heather (Stuikheide) groep IV |
Geobsedeerd door eigen problemen en ervaringen, spraakzaam, zich vastklampen aan toehoorder. |
15. Holly (Hulst) groep V |
Haat, afgunst, jaloezie, achterdocht, wraakgevoelens, buien en agressiviteit. |
16 Honeysuckle (Kamperfoelie) groep III |
Nostalgie, heimwee, leven in het verleden, geen perspectief zien in de toekomst. |
17. Hornbeam (Haagbeuk) groep II |
Het "maandagmorgen" gevoel, talmen, uitstellen. |
18. Impatiens (Reuzenbalsemien) groep IV |
Ongeduld, irritatie, prikkelbaarheid, gespannenheid, hoog levenstempo. |
19. Larch (Lariks) groep VI |
Gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst, minderwaardigheidsgevoel, verwachting te falen, "ik kan het niet". |
20. Mimulus (Maskerbloem) groep I |
Angst voor herkenbare dingen, verlegenheid, bedeesdheid, nervositeit. |
21. Mustard ( Herik) groep III |
Neerslachtig, droevig, overschaduwd door donkere wolk, onbekende oorzaak. |
22. 0ak (Zomer Eik) groep VI |
Onophoudelijke inspanning, van geen ophouden weten, moedig volhouden, dapper strijden tegen ziekte en of tegenspoed. |
23. Olive (loijf) groep III |
Uitgeput, afgemat, geestelijke en lichamelijke vermoeidheid, beroofd van energie. |
24. Pine (Den) groep VI |
Schuldcomplex, zelfverwijt, zichzelf voortdurend verontschuldigen, ook voor fouten van anderen, geen eigenwaarde. |
25. Red Chestnut (Rode kastanje) groep I |
Geobsedeerd door angstige overbezorgdheid voor het welzijn van anderen. |
26. Rock Rose (Zonneroosje) groep I |
Paniek, schrik, uiterste en of levensbedreigende vrees, snel schrikken. |
27. Rock Water (Bronwater) groep VII |
Strikte levenswijze, weinig flexibel, perfectionistisch, harde meester voor jezelf. |
28. Scleranthus (Hardbloem) groep II |
Besluiteloosheid, weifeling, wisselende stemmingen, onevenwichtigheid. |
29. Star of Bethlehem (Vogelmelk) groep VI |
Traumatische ervaringen, shock, alle effecten van droevig nieuws, schrik of ongeval. |
30. Sweet Chestnut (Tamme kastanje) groep VI |
Uiterste wanhoop, diepe neerslachtigheid, gebroken hart, zwart gat, geen uitweg meer zien |
31. Vervain (IJzerhard) groep VII |
Overenthousiasme, fanatiek, sterke overtuigingen, zendingsdrang, In zichzelf gelovend. |
32. Vine (Wijnrank) groep VII |
Heerszuchtig, dominant, onbuigzaam, tiranniek, geen tegenspraak duldend, doorgaans goede leiders. |
33. Walnut (Walnoot) groep V |
Helpt oude banden verbreken en aanpassen aan overgangssituaties, nieuwe levensfase bij bijvoorbeeld verhuizing, puberteit etc. |
34. Water Violet (Waterviolier) groep IV |
Jezelf niet toestaan bepaalde emoties te uiten, trots, gereserveerd, graag alleen, hekel aan bemoeienis. |
35. White Chestnut (Paardekastanje) groep III |
Aanhoudende ongewenste gedachten, denken en piekeren overheerst, alsmaar redeneren in gedachten. |
36. Wild Oat ( Dravik) groep II |
Helpt richting geven aan iemands levensbestemming, vinden van de rode draad in je levensbestemming. |
37. Wild Rose (Hondsroos) groep III |
Gebrek aan vitaliteit, passieve berusting, lusteloosheid. |
38. Willow( Wilg) groep VI |
Gevoel slachtoffer te zijn van het lot, verbittering, verbolgenheid, ‘arme ik gevoel’. |